Familiale lockdown

Familiale lockdown

Zondagochtend 22 maart 2020. Een ochtend met een heerlijk zonnetje en een krachtige ijskoude wind. In de keuken ben ik een smoothie aan het maken voor mijn moeder. Net als andere zondagochtenden breng ik haar een bezoek. Vandaag toch eerst maar even bellen of de regels aangescherpt zijn. Nog steeds twee mensen per keer, gelukkig! Mijn moeder is een coole dame van 90 jaar. Zij neemt het coronavirus serieus maar een totale lockdown is voor haar nog niet weggelegd. Met Hollandse nuchterheid vindt ze nog steeds dat ieder mens, elke dag, een frisse neus moet halen. Ze loopt dan met haar rollator nog een stukje in het park bij haar appartement.

Binnen blijven
Tijdens ons telefoongesprekje laat ze weten dat er toch niemand meer komt. Volgens haar is iedereen bang. “Helemaal niemand meer? Weet je dat zeker, mam? Hebben ze dat ook gezegd?” Het eerste wat er in me opkomt is een familiale lockdown, door onszelf ingesteld. Na mijn gesprek met haar neem ik mijn mobiel ter hand om een appje naar mijn familie te sturen. “Ik ga deze ochtend naar mama. Ik laat dit even weten omdat er maar twee mensen tegelijk welkom zijn.” Samen met mijn liefdevolle wensen naar de familieleden sluit ik af met een warme groet. De meningen zijn verdeeld.

Talkdown
Veel mensen zijn bang. Na het bezoekje aan mijn moeder ben ik nog een winkel binnen gestapt om een paar boodschapjes te doen. Iedereen zorgt voor gepaste afstand. Veel mensen openen de deuren van de koeling met hun mouwen. Anderen lopen met een das over hun wangen, neus en mond. Zo ook een jonge vrouw diep weggedoken achter een sjaal en haar karretje. Ze komt een bekende tegen en spreekt meteen haar angst uit. Ze is ontzetten bang om ‘het’ te krijgen. Gelukkig mogen en kunnen we nog met elkaar spreken om ons hart te luchten. Het coronavirus brengt ook zoveel teweeg. Een talkdown? Ik moet er niet aan denken.

Angst, inzet en zorgzaamheid
Er heerst bij veel mensen een angst om ziek te worden. Soms is die angst meer gericht op een dierbare in de omgeving. Iemand die een zwakker immuunsysteem heeft of kampt met een ernstige ziekte.
Een onzichtbaar virus heeft ons in zijn ijzeren greep. Het zorgt voor doemdenken, nepberichten en complottheorieën.  Het haalt veel mensen uit hun dagelijkse ritme. Maar gelukkig zie ik ook andere dingen om me heen. De nuchterheid van mijn moeder die de regels opvolgt en toch een stukje vrijheid creëert voor zichzelf. Vrienden die sociaal oplettend zijn naar buurtjes die ouder zijn en aangegeven hebben angst te hebben om het virus te krijgen. Mensen in mijn kennissenkring die de handen uit de mouwen steken om het personeel in de  zorginstellingen te helpen. En ik, ik heb meer contact met mijn buren omdat voor hen een virus weleens te veel zou kunnen zijn. Zolang het nog kan breng ik bezoekjes aan mijn moeder zodat het voor haar ook dragelijk is. Zorg ik dat ik mijn cursisten en enkele cliënten online bereik. Bereid ik de moestuin voor en plant zaadjes. De voorbereiding voor het gezin en enkele andere mensen om later in het jaar gezond te kunnen eten. Werk ik voor een vereniging die in de opstart fase zit. Bel ik bekende mensen op waarvan ik weet dat ze door een kuchje thuis zitten, want misschien hebben ze iets nodig. Dat iets is dan materialistisch, hoewel ik nu in deze tijd ook heel graag welgemeende knuffels uit zou willen delen.